logo

Welk digitype ben jij?

Gebruik jij elk technologisch hulpmiddel dat beschikbaar is of vind je techniek juist een beetje eng? Voor jouzelf, je team en je organisatie is het handig om te weten wat voor ‘digitype’ jij bent. Het maakt bijvoorbeeld ondersteuning op maat een stuk makkelijker. Tijdens de Slimme Zorg Estafette lanceerden Vilans en coalitie Digivaardig in de zorg de digitale zelftest. Mét tips uit de praktijk.

Stel je wilt een technologische oplossing implementeren. Welke mensen in jouw organisatie moeten die oplossing dan gaan gebruiken en hoe kun je ze faciliteren? Digitale vaardigheden spelen daarbij een belangrijke rol. Terecht dus dat de digitale vaardigheden van zorgprofessionals de laatste jaren steeds meer in de belangstelling staan. Volgens Bart van Mierlo, senior adviseur bij Vilans, is die belangstelling echter vaak wat eenzijdig. “De aandacht gaat vooral uit naar de ‘digistarters’, de minder digitaal vaardige zorgverleners. Wij waren benieuwd naar het bredere perspectief, om vanuit daar te kijken hoe een organisatie het beste met dit onderwerp aan de slag kan gaan.”

Géén one size fits all
Vilans startte een onderzoek naar digitale vaardigheden in de zorg. “We zijn heel onbevangen het gesprek aangegaan met zorgprofessionals”, vertelt Bart. “Twee bevindingen sprongen eruit. Namelijk dat kennis, motivatie, zelfbeeld en houding minstens zo belangrijk zijn om digitale middelen te gaan gebruiken als puur het ontwikkelen van digitale vaardigheden. En dat zorgprofessionals hun digitale vaardigheden op verschillende manieren ontwikkelen. De ‘one size fits all’-benadering die veel zorgorganisaties kiezen lijkt dus niet de beste aanpak.”

Vier persona’s
Hoe verschillend zorgmedewerkers zijn als het om digitale vaardigheden gaat, blijkt uit de vier persona’s die Vilans ontwikkelde. Zo heeft elke organisatie wel een aantal analoge idealisten of digistarters in dienst: mensen die de ICT-basisvaardigheden niet beheersen en een aversie hebben tegen technologie. Ook werken overal aarzelende technologiegebruikers. Dat zijn mensen die niet per se negatief tegenover technologie staan, maar wel kritisch en niet zo digivaardig zijn. De derde groep zijn de digivaardige professionals, mensen die nu en in de toekomst vaardig genoeg zijn. En dan zijn er nog de digitale enthousiastelingen, die elke nieuwe toepassing omarmen.

Haakjes voor de organisatie
Vilans gaf elk persona een aantal kenmerkende typeringen. “Die kenmerken zijn bedoeld als ‘haakjes’ waar een organisatie iets mee kan doen”, licht Bart toe. Hij neemt de aarzelende technologiegebruiker als voorbeeld. “Die raakt bijvoorbeeld snel overspoeld door informatie. Dan is het dus handig als de organisatie zorgt voor informatie die kant en klaar en behapbaar beschikbaar is.” Een ander kenmerk van de aarzelende technologiegebruiker is dat hij gemotiveerd raakt als hij er persoonlijk iets aan heeft. “Dan is het de overweging waard om deze gebruiker een technologische oplossing in de privésfeer te laten proberen.”

Digitale zelftest
Allemaal nuttige informatie natuurlijk, maar hoe past een zorgorganisatie die vervolgens toe in de praktijk? “Daarvoor hebben we samen met coalitie Digivaardig in de zorg de digitale zelftest ‘Welk digitype ben jij?’ ontwikkeld”, zegt Bart. De test bestaat uit 40 stellingen, die iets zeggen over ‘kunnen’ en ‘willen’ omgaan met technologische toepassingen. Zoals ‘Ik voel spanning als ik met een nieuwe technologie moet werken’ of ‘Ik heb zicht op het bestaande aanbod aan zorgtechnologieproducten voor mijn doelgroep’. “Laat bijvoorbeeld alle teamleden de test invullen. Dan ontstaat een beeld van de verdeling van persona’s binnen het team. Het is interessant voor het team om daar het gesprek over aan te gaan.”

Oprecht verbaasd
Maar niet alleen op teamniveau is de zelftest nuttig. Ook de zorgprofessional zelf kan er veel van leren. “Dan is het vooral een reflectietool”, legt Bart uit. “Tachtig zorgprofessionals vulden de test al in. De reactie van de digitale enthousiastelingen onder hen was tekenend. Die waren oprecht verbaasd te horen dat 35% van hun teamleden gespannen was over technologie. En dat 40% aangaf tijd nodig te hebben om het zich eigen te maken.” Aan organisaties biedt de zelftest inzicht en de mogelijkheid de ondersteuning veel meer op maat te maken.

Eerst kijken hoe organisatie is opgebouwd
De online lancering van de digitale zelftest op maandag 1 februari wordt goed ontvangen. “Dit is een enorm leuke tool om te gebruiken”, zegt een van de aanwezigen. “Het helpt de ander te begrijpen. En het maakt duidelijk waarom een one size fits all-aanpak niet altijd de juiste weg is.” “Precies”, vult een andere aanwezige aan. “Met deze tool kun je eerst kijken hoe de organisatie is opgebouwd om vervolgens het ondersteuningsprogramma daarop af te stemmen.”

Tips
Bart besluit met twee tips. “Denk ook na over het moment van afname van de digitale zelftest. Een aantal organisatie doet dat als medewerkers in dienst komen. Dan hebben ze daar nog tijd voor, voordat de hectiek van het werk ze opslokt.” De tweede tip is van het type ‘kleine moeite, groot effect’. “Deze tip komt van een zorgorganisatie die bezig was met de implementatie van de digitale werkomgeving toen de coronapandemie losbarstte. Noodgedwongen moest de scholing online verder. Dat deed de zorgaanbieder met webinars voor haar medewerkers. Maar niet alle medewerkers namen daaraan deel. Vooral de aarzelende technologiegebruikers haakten af. De zorgaanbieder heeft de webinars opgenomen en op YouTube gezet. Voor aarzelende technologiegebruikers dé manier om de informatie in brokjes tot zich te nemen. Ze kunnen de pauzeknop indrukken als zij dat willen.”

Meer informatie
De digitale zelftest, de persona’s én alle informatie uit het onderzoek van Vilans staan op vilans.nl. Vilans werkt hard aan uitbreiding met meer goede voorbeelden, geleerde lessen en nieuwe tools.