logo

Out of the box denken in het Innovatielab

De Jeugdhulpacademie Zeeland, een initiatief van vier jeugdhulporganisaties en 13 gemeenten, wil verschillende werelden in de jeugdhulp van en met elkaar laten leren en innovatieve oplossingen bedenken voor urgente problemen. Speciaal voor out of the box-denkers werd met partners van het Deltaplan een Innovatielab georganiseerd. Tijdens de Slimme Zorg Estafette boog het Innovatielab zich in 3 sessies van 2,5 uur over casusregie in de jeugdhulp. Medeorganisator en initiatiefnemer Petra Varenkamp kijkt terug op het proces.

Proces al lerend vormgeven
“Voor ons vraagstuk over casusregie in de jeugdhulp heeft het Innovatielab mensen geworven op basis van intrinsieke motivatie, vanuit ieders eigen drijfveer. Blijkbaar raakten we een gevoelige snaar, want we hadden meer dan 80 aanmeldingen van 43 verschillende organisaties. Spannend was natuurlijk dat we de sessies online moesten organiseren. Maar dat ging verrassend goed. Gedwongen door corona hebben we ervaren dat dit prima werkt. Vooraf heeft een ‘denktank’ een globaal plan voor de 3 sessies gemaakt, geïnspireerd op design thinking. We wilden het proces graag al lerend vormgeven, als een soort actieonderzoek: samen de eerste sessie ontwerpen, vervolgens uitvoeren, evalueren en samen vaststellen wat we geleerd hebben en vervolgens voortborduren. Wat zich voordoet bepaalt dus de volgende stappen.”

Sessie 1: probleemverkenning
“In de eerste sessie stond de probleemverkenning centraal. We zijn gestart vanuit ervaringsdeskundigheid. We vroegen 4 ervaringsdeskundigen – 2 jongeren, een stiefouder en iemand van de Rabobank die daar met casusregie werkt – van tevoren een vlog te maken. Als voorbereiding op de eerste sessie kregen de deelnemers linkjes naar deze filmpjes. Ook vroegen we ze om alvast na te denken over een vraag aan (een van) de ervaringsdeskundigen. Dit bleek een gouden greep, want iedereen zat er vanaf het begin goed in. De deelnemers gingen in kleine groepen aan het werk. Ze konden vragen stellen aan de ervaringsdeskundigen. Daarna verkenden ze het probleem vanuit verschillende perspectieven: die van professional, jeugdzorgorganisatie en gemeente. Ter afsluiting vroegen we de deelnemers welke knelpunten en dilemma’s ze zagen en of ze nog aanvullende informatie nodig hadden. Voor mij was de belangrijkste opbrengst dat mensen zich realiseerden hoeveel partijen betrokken zijn bij jeugdhulp. En hoe belangrijk het dus is dat je elkaar kent en niet op je eigen eilandje blijft zitten.”

Kennis over de organisatie van jeugdzorg
“Bij de start van sessie 2 ondervonden we de kwetsbaarheid van online: in de gemeente Goes lag het internet eruit, waardoor een aantal deelnemers niet kon aansluiten. Uiteindelijk hadden we toch nog zo’n 50 deelnemers. In de eerste sessie was naar voren gekomen dat veel deelnemers onvoldoende kennis hadden over de organisatie van de jeugdzorg in Zeeland en van de wet- en regelgeving voor jeugd. Daarom startten we deze keer met presentatie hierover.”

Sessie 2: ideeën verkennen
“Tijdens sessie 1 voelden we vanaf de eerste minuut de energie, deze keer duurde het wat langer. Alle deelnemers hadden van tevoren een samenvatting van de opbrengsten van sessie 1 gekregen. We verdeelden de deelnemers weer in groepjes en vroegen ze een top 5 te maken van belangrijkste problemen. En vervolgens ideeën te bedenken op basis van hun top 5. Toen kwam de energie weer los, met hele intense gesprekken en mooie ideeën. Zoals de suggestie om te kijken naar huisartsenpraktijken. Zou een praktijkondersteuner jeugdhulp een rol kunnen spelen? De deelnemers vonden het duidelijk leuk om ‘vrij’ te denken. We sloten af met de belofte een ideeënposter met de opbrengsten van deze sessie te maken. Zodat de deelnemers de ideeën met hun achterban konden delen. In deze sessie werd wel duidelijk dat het probleem meer omvat dan casusregie. En dat we na 3 sessies niet dé oplossing hebben. Maar we voelen wel dat we op de goede weg zijn.”

Sessie 3: oplossingsrichtingen
“De laatste sessie was een zeer goed en succesvol einde. De energie was weer vanaf de eerste minuut aanwezig. Anders dan in de vorige 2 sessies werkten we zonder gespreksleiders. Dat pakte goed uit. Daardoor moesten de deelnemers meer zelf in actie komen. In sessie 2 constateerden we al dat de vraag ‘Hoe organiseren we casusregie?’ eigenlijk moet zijn: ‘Hoe ondersteunen we kinderen in een complexe werkelijkheid?’. Dit had dan ook een centrale plek op onze ideeënposter. Ik vind dat een mooie opbrengst: niet de casusregie staat centraal, maar de kinderen en jongeren, en hun directe omgeving. In deze sessie gingen we oplossingsrichtingen bedenken. We vroegen de deelnemers om hun ideeën te toetsen aan 4 criteria: wenselijkheid, levensvatbaarheid, haalbaarheid en duurzaamheid. We startten in kleine groepjes. Daarna maakten we 4 grotere groepen, waarin de beste ideeën werden gecombineerd en vertaald naar reële oplossingsrichtingen.”

Voorkomen dat de beweging stopt
“De 4 groepen presenteerden hun adviezen aan de ‘vraaginbrenger’, de programmamanager van de Zeeuwse gemeenten. Zij was duidelijk blij met de adviezen. Alle deelnemers gaven aan dat ze de behoefte aan samenwerken voelden. Maar wel in het besef dat we niet op elkaars stoel moeten willen zitten. Dus iedereen laten doen waar hij goed in is. Ik denk dat ontschotten daarmee begint. Er lag nog geen pasklaar antwoord, de deelnemers moeten nu zelf verder. Maar we laten ze nog niet helemaal los. Over 2 à 3 maanden organiseren we een terugkomsessie, om te kijken wat er na de laatste sessie is gebeurd. Zo voorkomen we dat de beweging hier stopt. Ondertussen gaat het Innovatielab verder met nieuwe vraagstukken. Want die stromen binnen. Er is behoefte aan deze manier van innoveren.”

Meer weten over het Innovatielab? Kijk op www.juvent.nl/innovatielab of volg de LinkedIngroep Zeeuws innovatielab.